
Koop geen minihondje

koop geen minihondje
Marjolein de Rooij was te gast bij Villa VdB om te praten over dieren die lijden onder hun uiterlijk en een nieuwe wet die het houden van naaktkatten verbiedt.
We zijn steeds meer belang gaan hechten aan uiterlijk. Niet alleen dat van onszelf maar ook dat van andere mensen én dat van onze huisdieren. Maar dat doorfokken begint nu wel echt extreme vormen aan te nemen.
Neem de labradoodle. Je kunt hem of haar kopen in drie maten: S, M en L.
Er zijn twaalf kleuren – van cappuccino, chocola, cafe en crème tot lavendel en karamel, abrikoos en nog een paar kleuren die ik niet ken en drie soorten vacht: fleece, wool of curly fleece. Dat is een soort keuzemenu wat je normaal ziet als je een nieuwe bank gaat uitzoeken. Als het uiterlijk van je dier zo belangrijk is, dan kun je je afvragen of je geschikt bent om 15 jaar een dier, een levend wezen, te verzorgen en de dierenartsrekening te betalen.
De overheid kondigde deze week een houdverbod aan op naaktkatten en katten met gevouwen oren. Dieren die lijden onder hun uiterlijk. Een kat met gevouwen oren, zoals de Scottish Fold, lijkt schattig. Maar die gevouwen oren komen door een kraakbeenafwijking. Dat is een erfelijke aandoening. Dat betekent dat het hele skelet aangetast is. Deze katten krijgen vaak pijnlijke gewrichtsproblemen, en kunnen uiteindelijk nauwelijks nog lopen.
En een naaktkat – dat is een volledig kale kat. Handig, denk je, als je allergisch bent. Maar deze dieren hebben het dus altijd koud, verbranden in de zon, en missen hun snorharen – een essentieel zintuig om de omgeving te verkennen. Hun huid moet worden ingesmeerd, gewassen, afgedroogd – het zijn in feite dieren die niet meer goed kunnen functioneren als kat.
We zien hetzelfde bij minihondjes: kleine hondjes van drie tot vijf kilo, zoals de toypoedel, de chihuahua en de dwergkees (de pomeriaan). Die zien er schattig uit, maar ze lijden ernstig onder hun formaat. Door hun veel te kleine, bolle schedel hebben ze vaak hoofdpijn, hun ogen liggen te ondiep in de oogkassen waardoor ze oogproblemen krijgen, en hun botten zijn zo broos dat ze makkelijk een poot breken.
Toch zijn ze razend populair — want ze passen in je tas, op de bank, en bij je interieur. Je ziet deze dieren steeds vaker op social media en mensen krijgen het idee dat een minihondje bij succesvolle en mooie mensen hoort. Nou, dat willen we dan ook.
Dat is waar we zijn beland:
Dieren als designobject, als accessoire, als verlengstuk van onszelf.
En ondertussen vergeten we: in ieder dier is iemand thuis.
In mijn radio-interview bij Villa VdB vertel ik hier meer over.



