
stroloze stallen?
In een artikel vanochtend in de Volkskrant over de geitenhouderij en risico’s voor de volksgezondheid stond een klein zinnetje:
‘Mogelijk dragen stroloze stallen bij aan een oplossing’.
Dat zinnetje baart ons grote zorgen, omdat het zo tekenend is voor hoe we al jaren omgaan met problemen in de veehouderij. Niet bij de oorzaak beginnen, maar sleutelen aan het systeem, waarbij het dier opnieuw de (hoge) prijs betaalt.
Een probleem pak je bij de kiem aan. Stroloze stallen, emissiearme vloeren en luchtwassers zijn technische ingrepen die op papier veel beloven, maar waarvan de voordelen zelden overtuigend zijn bewezen, terwijl het welzijn van dieren er aantoonbaar onder lijdt. Minder stro betekent minder comfort, minder rust en meer gezondheidsproblemen. Toch blijven dit soort oplossingen terugkomen, alsof het systeem zelf geen onderdeel van het probleem is.
Gezondheidsrisico’s voor mensen zijn geen toevallige bijwerking van de intensieve veehouderij, maar een logisch gevolg ervan. In een dichtbevolkt land als Nederland blijft het ongemakkelijk om die conclusie onder ogen te zien, terwijl we wel telkens nieuwe technische lapmiddelen introduceren. Zo wordt het dier aangepast aan een systeem dat fundamenteel wringt, in plaats van andersom. Zolang we blijven doen alsof intensivering te verenigen is met dierenwelzijn, volksgezondheid en leefbaarheid, blijven we problemen verschuiven en blijven dieren de rekening betalen.



