Polderen zonder de werkvloer

Op 11 september stuurde staatssecretaris Erkens de algemene maatregel van bestuur (AMvB) naar de Kamer die moet leiden tot een ‘dierwaardige’ veehouderij. Over de conceptversie van vorig jaar schreef ik al eerder. De versie die nu naar de Kamer is gestuurd, is op onderdelen nog zwakker dan zijn voorganger Wiersma (BBB) had voorgesteld.

Er zitten cosmetische verbeteringen in. Snelgroeiende kippenrassen verdwijnen, maar pas in 2040. Het afbranden van bogenstaartjes van biggenstaartjes, al verboden sinds de jaren ’90 en gedoogd, zou dan eindelijk in 2030 moeten stoppen. Maar zodra een boer bij 2 procent van zijn varkens staartbeschadigingen telt mag de staart er gewoon af. En zelfs het verbod op de aanbindstal, waarin koeien maandenlang vastgebonden staan, is door de staatssecretaris doorgeschoven naar het verre 2040.

Er komt geen verplichte weidegang of uitloop, voor geen enkele diersoort. Terwijl buiten zijn toch zonder twijfel een primaire levensbehoefte van dieren is. Een vleesvarken van 110 kilo krijgt in 2040 0,1 vierkante meter extra. De kans is groot dat het dier zelf door de extreme fokkerijmethode al meer dan dat gegroeid is. Er werd in Den Haag over vierkante centimeters onderhandeld, en de uitkomst viel steevast uit in het nadeel van de dieren. De eerste magere regels gaan pas in 2028 in; het eindpunt ligt in 2040.

Neem de zeug. Zij mag straks nog tot zeven dagen worden vastgezet rond het werpen, en de nieuwbouw van kraamkooien wordt pas vanaf 2030 verboden. Terwijl de hoogste bestuursrechter, het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, in 2024 al oordeelde dat het opsluiten van zeugen langer dan enkele dagen onder de huidige wet niet gerechtvaardigd is. Deze AMvB blijft dus achter bij wat de rechter al heeft vastgesteld.

De onderliggende redenering is steeds dezelfde: als we strenger zijn dan het buitenland, verdwijnt de productie naar landen met lagere standaarden. Het belang van de sector gaat voor het belang van de dieren. Zo gaan we niet om met kinderarbeid, veiligheidseisen of het minimumloon. Daar accepteren we immers ook niet dat de laagste norm elders de standaard wordt voor ons. Bovendien klopt het argument simpelweg niet. In Zweden lopen zeugen al sinds 1988 vrij rond; kraamkooien zijn daar volledig verdwenen. Melkkoeien hebben er wettelijk recht op weidegang. In Noorwegen en Zwitserland is castratie van biggen zonder verdoving al jaren verboden. Oostenrijk en Duitsland hebben wetgeving om het vastzetten van zeugen te beperken. En Denemarken, een van de grootste varkensproducenten van Europa, kondigde onlangs aan het vastzetten van zeugen uit te faseren en extreme fokkerij te verbieden. Het buitenland waar het kabinet naar wijst om niet verder te hoeven gaan, loopt ons in werkelijkheid allang voorbij.

De Wet Dieren erkent de intrinsieke waarde van het dier. Maar de wet verplicht de overheid alleen tot maatregelen “voor zover redelijkerwijs kan worden verlangd”. Die juridische ontsnappingsroute heeft de staatssecretaris volledig benut, ten gunste van de agrarische sector. Omdat het een AMvB betreft, staat de Tweede Kamer grotendeels buitenspel. Volgens Erkens kan zij niets meer wijzigen en rest haar alleen nog bijsturen via moties.

De boerenlobby heeft haar werk uitstekend gedaan. En dat is niet verrassend. In Den Haag wordt er over de toekomst van de veehouderij beslist zónder de werknemers zelf. Als Vakbond voor Dieren zien we de bittere realiteit: er is uitgebreid polderoverleg gevoerd, maar de belangrijkste partij heeft nooit een uitnodiging gekregen. Zolang de dieren niet zelf aan tafel zitten, blijven zij het kind van de rekening.

Redactie


gerelateerde artikelen