
Geen verwondingen is geen vrijbrief
Geen verwondingen is geen vrijbrief
Een varkenshouder met 6.200 varkens in zijn stallen kreeg van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit – NVWA een boete omdat de dieren geen verrijkingsmateriaal hadden en zeugen vlak voor het werpen geen nestmateriaal. De boer ging in beroep. Tot aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Zonder succes. De rechter was duidelijk: de wet is overtreden.
De kern van de verdediging was simpel. Er waren geen verwondingen aan de dieren, ze beten niet in elkaars staart. Dus, zo redeneerde de boer, het doel van de wet was bereikt. Dat argument snijdt geen hout. En terecht.
Wie door rood rijdt en geen ongeluk veroorzaakt, heeft nog steeds de wet overtreden. Regels zijn er niet pas wanneer het misgaat, maar juist om dat te voorkomen. Dat geldt in het verkeer. En dat geldt voor dierenwelzijn.
De wettelijke verplichting tot verrijkingsmateriaal is geen reparatiemaatregel na schade, maar een preventieve norm. Een minimumnorm. Varkens moeten permanent iets hebben om te onderzoeken en mee te spelen. Niet om statistieken over verwondingen te verbeteren, maar omdat dat bij hen hoort. De rechter benadrukt dat terecht. Het ontbreken van wonden betekent niet dat het risico niet is genomen. Het betekent alleen dat het toeval deze keer gunstig uitviel.
Maar er zit nog iets diepers onder deze zaak. Verrijking wordt hier gereduceerd tot een middel tegen probleemgedrag. Alsof het alleen relevant is als dieren elkaar beschadigen. Dat is een minimale, schrale opvatting van welzijn. Een leven zonder verwondingen is nog steeds een leeg leven. De biggen brengen hun leven door in een betonnen stal. Er is werkelijk niets te doen. Geen mogelijkheid om gedrag te vertonen dat bij een varken hoort. Voor een intelligent, speels en nieuwsgierig dier is dat een vreselijk leven.
Juist daarom staat verrijking in de wet. Niet als extraatje, maar als ondergrens. De wet vraagt niet om geluk of plezier. Het gaat hier niet om positief welzijn. De wetgever vraagt om het absolute minimum.
Opvallend is hoe gering de consequenties zijn. Voor ruim zesduizend dieren bedraagt de boete 1.500 euro. Dat bedrag laat zien hoe laag dierenwelzijn in de praktijk wordt gewaardeerd. En dan heeft de boer nog de brutaliteit om deze boete aan te vechten.
Je mag toch mag verwachten dat (zeker) grote werkgevers het minimale welzijn van hun dieren respecteren. Dat zelfs die ondergrens actief wordt bevochten, laat zien hoe beschamend laag de lat in de veehouderij nog altijd ligt.
Uitspraak van de rechter vind je hier.
Foto: WeAnimals, Jo-Ann MacArthur (niet van dit bedrijf want daar zijn we vast niet welkom)



