
zijn we wel solidair met álle vrouwen?

internationale vrouwendag
Op Internationale Vrouwendag 2026 publiceerde Marjolein de Rooij een opinieartikel in Trouw over solidariteit met vrouwelijke dieren.
Uit solidariteit met vrouwelijke dieren
Op Internationale Vrouwendag vieren we de strijd van vrouwen voor vrijheid, gelijkheid en zeggenschap over hun eigen lichaam. Maar er is een groep vrouwen die vrijwel nooit wordt genoemd: de vrouwelijke dieren in de veehouderij. Terwijl juist zij massaal worden uitgebuit vanwege hun vrouwelijke eigenschappen.
Melkkoeien, leghennen en fokzeugen worden niet gehouden ondanks hun vrouwelijkheid, maar juist vanwege die vrouwelijkheid. Ze baren, produceren melk of leggen eieren. En precies daarom worden hun lichamen volledig gecontroleerd door mensen. Hun voortplanting wordt gereguleerd, hun lichamen worden dagelijks gemanipuleerd en hun productiviteit wordt gemaximaliseerd. Zeggenschap over hun eigen lichaam hebben ze niet.
De Amerikaanse dierenethicus Lisa Kemmerer schrijft in haar boek Sister Species dat vrouwen en dieren historisch op vergelijkbare manieren zijn behandeld: als minder rationeel, dichter bij de natuur en daarom geschikt om gecontroleerd te worden. Door vrouwen en dieren te reduceren tot minderwaardige wezens konden mannen hun lichamen, arbeid en voortplanting exploiteren. Objectivering, controle over reproductie en het recht claimen om over andere lichamen te beschikken zijn volgens haar kernkenmerken van patriarchale machtsstructuren.

De parallellen met de geschiedenis van vrouwen zijn opvallend. Nog niet zo lang geleden mochten vrouwen na hun huwelijk niet meer werken, konden zij geen bankrekening openen zonder toestemming van hun echtgenoot en werd hun voortplanting gezien als een kwestie van maatschappelijk belang. Ook vandaag proberen sommige politieke bewegingen nog steeds zeggenschap te houden over de reproductieve rechten van vrouwen.
Voor vrouwelijke dieren in de veehouderij is deze controle nog absoluut. Een melkkoe wordt elk jaar opnieuw geïnsemineerd zodat ze melk blijft geven. Een fokzeug krijgt nest na nest biggen. Een leghen legt honderden eieren per jaar. Hun lichamen functioneren als productiemachines.
Ook hun intellectuele en sociale ontwikkeling wordt beperkt. Generaties lang werd onderwijs voor vrouwen ontmoedigd, omdat een onopgeleide vrouw makkelijker te controleren zou zijn. In de veehouderij gebeurt iets vergelijkbaars. Dieren leven vaak in kale stallen waar weinig ruimte is voor sociale interactie, exploratie of probleemoplossend gedrag. Terwijl juist dat gedrag essentieel is voor hun ontwikkeling.
De gevolgen zijn zichtbaar. Verveling, stress en apathie komen veel voor in stallen. Dieren worden gefokt op ‘rustige’ eigenschappen – wat in de praktijk vaak betekent dat ze zich neerleggen bij een leven waarin nauwelijks iets gebeurt.
Ook de rechtvaardiging klinkt bekend. Door de geschiedenis heen werd de onderdrukking van vrouwen vaak verdedigd met een beroep op het algemeen belang. Vandaag horen we een vergelijkbaar argument over dieren: hun uitbuiting zou noodzakelijk zijn om de wereld te voeden. Maar wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de intensieve veehouderij juist grote schade veroorzaakt aan klimaat, biodiversiteit en voedselzekerheid.

Solidariteit tussen vrouwen houdt niet op bij de menselijke soort. Feministische denkers zoals Carol Adams wezen daar al in de jaren negentig op. In The Sexual Politics of Meat beschrijft zij hoe de objectificatie van vrouwen en dieren nauw met elkaar verbonden is.
Op Internationale Vrouwendag vieren we de vooruitgang die vrouwen hebben geboekt. Maar echte solidariteit betekent ook oog hebben voor andere vrouwelijke lichamen die nog altijd volledig onder controle staan.
Daarom een eenvoudige oproep: toon solidariteit met vrouwelijke dieren.
Laat hun lichamen geen productiemiddel meer zijn.




