Zomer column: hoeveel vakantiedagen heeft een varken?

De zomer is begonnen en dat betekent voor veel mensen vakantie. Strand, zee, zon en niets doen. Uitrusten van de voorgaande maanden waarin hard gewerkt is en de ontspanning nu dus welverdiend.

Sommige dieren hebben dat geluk ook. Op de Bahama’s is een strand waar wilde varkens in de azuurblauwe zee zwemmen en in het witte zand rollen. De filmpjes hiervan brengen een onverwachte glimlach op je gezicht. De vrolijkheid en het plezier van de dieren is aanstekelijk. Deze varkens hebben permanent vakantie.

Maar ook dichter bij huis kun je blijdschap vinden. Zoals een zeug uit de intensieve veehouderij die in een rusthuis haar oude dag mag slijten. De eerste keer dat zij, na jaren op een betonnen vloer geleefd te hebben, gras onder haar voetjes voelt, is ontroerend om te zien. Ze snuift met haar brede neus de geur van het gras op, zet een voorzichtig stapje op de zachte ondergrond en springt dan met grote bokkensprongen naar de andere kant van het veld. Haar uiers, zwaar en uitgezakt van de vele biggen die zij heeft gevoed, slingeren onder haar van links naar rechts. Ze zoekt bevestiging van haar net gevonden geluk bij de paarden aan de andere kant van het hek. Ze haalt ze over om met haar mee te rennen. Gezamenlijk vieren ze op deze manier vakantie.

Hoe anders is dat voor miljoenen andere dieren die deze zomer juist niets hiervan zullen meemaken. De koeien die in de brandende zon, zonder schaduw, staan te wachten tot de dag voorbij is. De kippen, die in overvolle kratten op weg naar het slachthuis naar zuurstof moeten happen. De ezels, kamelen, olifanten en paarden die lange, lange dagen toeristen op hun rug moeten dragen die van ergens naar nergens willen gaan.

Ik vraag me weleens af: wat zouden al deze dieren doen, als ze vakantie zouden hebben?

Uitrusten, om te beginnen. Je lichaam rust geven van de arbeid die het maanden en soms jaren heeft verricht. Even geen ei leggen, geen melk produceren, geen biggen zogen en geen rondjes lopen. En daarna? Spelen. We weten uit de literatuur dat olifanten aan slurfworstelen doen, dat varkens tikkertje spelen en dat vogels dol zijn op glijbanen. Spelen is een primaire levensbehoefte die de meeste dieren hun hele leven ontzegd blijft. Tijdens een vakantie zullen ze dus zeker verstoppertje gaan spelen, een ander spelletje dat bij veel diersoorten is waargenomen.

En daarna? Dan gaan ze lekker eten. Voor hun voedsel zijn gehouden dieren afhankelijk van wat hun eigenaar aan ze geeft. Voedsel in de veehouderij is extreem uitgebalanceerd. Berekend op maximale productie tegen zo laag mogelijke kosten. Nutriënten, voedingsstoffen, maagvulling en bouwstoffen, maar over lekker heeft de voerleverancier het nooit. Een keertje lekker eten, gewoon omdat het kan, zit er niet in. Nooit. Dus terwijl de dieren in de veehouderij gehouden worden omdat wij hun vlees, melk en eieren zo lekker vinden, krijgen de dieren zelf nooit iets lekkers te eten.

Nou, tijdens de vakantie mag van mij ieder kuiken zich te buiten gaan aan zelf gevonden wormpjes en andere insecten, aan kool, rijst en mais, aan paprika, eierdooiers en brood. Lekker eten zonder dat iemand op de centen let. Varkens krijgen gestoomde aardappels, pompoen, appels, kastanjes, overgebleven pasta, noten en af en toe iets onverwachts. En koeien krijgen klaverrijke graslanden waar ze zelf hun favoriete klavers uit selecteren. En voor ieder wat wils, want het idee dat alle dieren van één soort van hetzelfde eten houden is achterhaald. Dieren hebben namelijk individuele voer­voorkeuren. Wat de een laat liggen, zoekt de ander met zorg bij elkaar.

En dan is er tijd voor familie en vrienden. Want wie vakantie zegt, zegt ook samen zijn. Niet toegewezen groepsgenoten in een te krappe ruimte, maar zelf kiezen met wie je de dag doorbrengt. Met wie je stil wilt zijn, of juist ravotten. Kalfjes blijven bij hun moeder in de wei, en rennen achter hun leeftijdsgenoten aan terwijl hun moeders liggen te herkauwen. Legkippen kiezen hun eigen vriendinnen om mee te stofbaden en te scharrelen. De zeug laat haar biggen de geur en de zachtheid van gras kennen. En als ze samen even niks doen, dan doen ze precies wat ze zelf willen.

Naar buiten gaan, je laven aan het licht, de zon en de wind door je vacht voelen gaan. De natuur in, is een veelgehoorde wens van mensen die op vakantie gaan. Voor dieren is dat volgens de overheid helemaal niet het geval.

Minister Wiersma beweert in haar net opgestelde AMVB’s voor een ‘dierwaardige veehouderij’ dat helemaal niet bekend is of dieren echt naar buiten willen. Sterker nog, ze schrijft: ‘er is onvoldoende informatie uit de wetenschap en de praktijk beschikbaar waaruit blijkt dat het buiten zijn op zichzelf een gedragsbehoefte is van de dieren en in welke mate die behoefte bestaat.’ Geen enkel dier hoeft van deze minister dus ooit buiten te komen, tenzij het op weg is naar het slachthuis. Nou, daar geloof ik dus helemaal niets van. De meest natuurlijke plek voor een dier is buiten. Dus, als dieren vakantie hebben dan zien we ze allemaal buiten. De melkkoeien, de fokzeugen en de leghennen. De eenden gaan zwemmen, de geiten gaan klimmen. De konijnen gaan buiten rennen, graven en knagen. En de beren in het spermawinstation hebben een paar dagen vrij en mogen naar buiten. De modder in. De moeder en vaders van de vleeskuikens worden bevrijd uit hun kooien en voelen voor het eerst zachte grond onder hun pootjes. De fokstieren worden losgelaten in de wei en weten eindelijk hoe het is om echt vrij te bewegen. We zullen dieren zien waarvan de meeste van ons het bestaan niet eens afweten. Want ook zij hebben recht op vakantie.

Ik schreef twee jaar geleden een boek met de titel: Hoeveel vakantiedagen heeft een varken? Nul is het bijna vanzelfsprekende antwoord. Maar als je nadenkt over hoe zo’n virtuele vakantie eruit zou kunnen zien, dan is de vraag nog wranger dan ik die in eerste instantie in gedachten had.

Ik wens jullie allemaal een fijne zomer.

Ik las deze column voor de podcast van Studio Plantaardig. Kijk mijn bijdrage hier terug.

Marjolein de Rooij


gerelateerde artikelen